© ATV

Vier nieuwe premetrostations in Antwerpen op komst: zo zullen ze eruitzien als ze openen in 2024

Antwerpen -

Licht, lucht en ruimte staan centraal bij het afwerken van de nu nog ongebruikte premetrokokers en -stations. Als alles meezit neemt openbaarvervoersmaatschappij De Lijn in het najaar van 2024 vier nieuwe premetrostations in gebruik. “Elk station krijgt een eigen herkenbaar karakter, waarbij we rekening houden met de omgeving”, zegt Maarten Lever van het Rotterdamse bureau GROUP A.

Patrick Van de Perre

Afgelopen jaar, kort na de zomervakantie, klonk er licht gejuich in een aantal Antwerpse wijken. Vlaams minister van Mobiliteit Lydia Peeters (Open Vld) maakte via de begroting 60 miljoen euro vrij voor een studie van en de werken aan de Antwerpse premetro.

Vier van de zeven niet-afgewerkte premetrostations worden in gebruik genomen, samen met 2,8 kilometer aan ondergronds spoor dat op dit moment niet tot het actieve tramnetwerk behoort. Dit project is het sluitstuk van de grootse premetrowerken die op 5 januari 1970 onder leiding van de Bijzondere Studiedienst Premetro werden aangevat met de bouw van het premetrostation Opera.

Het gaat om de premetrostations Willibrordus en Stuivenberg op het ongebruikte traject langs de Kerk- en de Pothoekstraat. De premetrostations Drink en Morckhoven liggen op het nu al gebruikte traject van de Reuzenpijp dat grotendeels onder het district Borgerhout loopt.

 

De afgelopen maanden hebben GROUP A, archipelago en Tractebel de plannen voor de afwerking van de premetro getekend. Erwin Joris, die als deskundige van de premetro bij De Lijn werkt, is hun gids onder de grond. “De tunnels, ook de ongebruikte, worden voortdurend gecontroleerd en onderhouden waardoor ze in perfecte staat zijn gebleven en nu kunnen worden afgewerkt”, zegt hij.

Maar dat betekent niet dat het volstaat om sporen te leggen en nieuwe stations te betegelen om de premetronetwerk af te werken. “Er komen kilometers aan bekabeling, elektronica, verlichting, roltrappen en andere zaken bij kijken voor een premetrokoker of -station gebruiksklaar is. Bovendien moet er nog een aantal controles en tests gebeuren”, legt Erwin Joris uit.

De stations uit de jaren zeventig en tachtig zijn ruwe diamanten en we willen de structuur van die tijd niet wegstoppen. We gaan de structuren van toen respecteren en tegelijkertijd een buurtgevoel en een eigen karakter geven.

Maarten Lever, bureau GROUP A

“Reizigers moeten elkaar zien”

“De grote uitdaging is om de hardware uit de jaren zeventig en tachtig te vertalen naar het heden. We willen daglicht in de lokethallen en reizigers moeten elkaar zien en gezien kunnen worden. Op die manier willen we niet alleen het comfort, maar ook het veiligheidsgevoel verhogen. Onder andere de vaak nauwe toegangen en beperkte ruimte op de verschillende niveaus van de stations zijn daarbij een uitdaging”, zegt burgerlijk ingenieur-architect Lennart Luchtens van archipelago.

Daarom worden er in de stations waar mogelijk glazen balustrades en open trappen gebruikt. De situatie in de toekomstige premetrostations en -hallen zal te vergelijken zijn met het station onder het vrij recente Operaplein.

Het nieuwe premetrostation Stuivenberg. 

Het nieuwe premetrostation Stuivenberg. © De Lijn/AGT 

“Bij drie van de vier stations ligt het onderste perron bijna twintig meter onder het straatniveau. Om die afstand te overbruggen en de diepte te relativeren worden verlichte wanden gebruikt. Die zullen de reizigers van de straat naar het perron begeleiden. De plafonds zijn verlicht en niet verlaagd, zodat het gevoel van ruimte en hoogte maximaal is”, vult Maarten Lever aan.

Herkenbare stations

De ontwerpers hebben ervoor gekozen om elk premetrostation een eigen ‘smoel’ te geven. “De cascostations uit de jaren zeventig en tachtig zijn ruwe diamanten en we willen de structuur van die tijd niet wegstoppen. We gaan de structuren van toen respecteren en tegelijkertijd een buurtgevoel en een eigen karakter geven. Een aantal bestaande premetrostations zijn daar een voorbeeld van. Denk maar aan ‘Plantin’, waar de wanden geïnspireerd zijn door tekeningen uit het prentenkabinet van Plantin en Moretus. Of Sport, waar de patronen op de wanden verwijzen naar het Sportpaleis vlakbij”, zeggen Maarten Lever en Lennart Luchtens.

Ter hoogte van de Zwitserse Apotheek komt één van de ingangen naar premetrostation Morckhoven. 

Ter hoogte van de Zwitserse Apotheek komt één van de ingangen naar premetrostation Morckhoven. ©  De Lijn/AGT

In een volgende fase zal gekeken worden op welke manier de vier nieuwe premetrostations een buurtgevoel kunnen krijgen. Daarvoor wordt samengewerkt met kunstenaars en wordt het nodige budget vrijgemaakt overeenkomstig het Kunstendecreet.

“Neem het toekomstige premetrostation Drink aan de Turnhoutsebaan. “De kunst zou hier een knipoog kunnen zijn naar het oude Borgerhout of het multiculturele karakter van de buurt en de recente gentrificatie”, vervolgen Maarten Lever en Lennart Luchtens.

Het nieuwe premetrostation Drink op de Turnhoutsebaan. 

Het nieuwe premetrostation Drink op de Turnhoutsebaan. ©  De Lijn/AGT

Bestand tegen vandalisme

De nieuwe premetrostations moeten ook in de toekomst functioneel en goed te onderhouden zijn. De wanden en vloeren moeten krasbestendig zijn, makkelijk te onderhouden en mogen geen hinderlijke elementen voor de reizigers bevatten. Ook moeten de premetrostations bestand zijn tegen vandalisme, slijtage en makkelijk te onderhouden zijn.

Op het plein voor de Sint-Willibrorduskerk moet een toegang naar premetro Willibrordus komen. Daarbij wordt de mozaïek op het plein ontzien.  

Op het plein voor de Sint-Willibrorduskerk moet een toegang naar premetro Willibrordus komen. Daarbij wordt de mozaïek op het plein ontzien.  ©  De Lijn/AGT

“Dit is nodig om de uitstraling van de stations te waarborgen. Een station dat proper is draagt bij tot een verhoging van het sociale veiligheidsgevoel. Ook waar nu al reizigers komen, wordt er dagelijks schoongemaakt en zijn er geregeld onderhoudsbeurten. Dat moet gebeuren met een minimum aan hinder voor de reizigers”, zegt Erwin Joris.

De afwerking van de resterende kokers en de vier premetrostations zal evenmin voor veel hinder bij de reizigers zorgen. “In de ongebruikte kokers rijden uiteraard nog geen trams. Dat maakt het werk er een stuk eenvoudiger op. De nieuwe premetrostations, die langs de Reuzenpijp onder de Turnhoutsebaan liggen, zijn ook niet in gebruik. Wie met de tram door de Reuzenpijp rijdt zal wel zien dat er op de perrons gewerkt wordt. Maar ook niet meer dan dat”, aldus nog Erwin Joris.

Aangeboden door onze partners

Gerelateerd

Als eerste op de hoogte van wat er in jouw straat gebeurt?

Download de GVA-nieuwsapp en stel Antwerpen in als startgemeente.

Nu in het nieuws