De cover van Jans boek dat volgende week uitkomt, met zijn overgrootvader Sus tweede van rechts, tussen diens broers. 

De cover van Jans boek dat volgende week uitkomt, met zijn overgrootvader Sus tweede van rechts, tussen diens broers. © RR

Jan (72) schrijft boek over vier generaties landbouwers én een roofmoord: “Ik ben ongelofelijke verhalen te weten gekomen”

Loenhout -

Vier generaties landbouwers, een familiesaga van eigen bodem, en heel veel verhalen die werkelijkheid overstijgen: Loenhoutenaar Jan Aertsen (72) bundelde in zijn boek ’t Is ook maar doodgaan ongelofelijke verhalen rond zijn eigen voorouders, op de landbouwvelden in Loenhout. Hij beschrijft in de historische roman onder meer hoe de landbouw in de Noorderkempen evolueerde, hoe de oorlog werd beleefd, en ook over de roofmoord op zijn grootvader.

Britt Peeters

Vrijwel elke Loenhoutenaar, bij uitbreiding elke Noorderkempenaar in het begin van vorige eeuw, was landbouwer. De Kempen werden eind 19e en begin 20ste eeuw arm en achterlijk genoemd, maar er werd wel bij de vleet geboerd.

Ook de ouders en voorouders van Jan Aertsen (72) waren rasechte landbouwers. De Loenhoutenaar van geboorte woont al zo’n veertig jaar in het Leuvense, maar zijn roots vergat hij nooit. Meer nog: hij besloot de vele volksverhalen die er rond zijn familie bestaan, te bundelen in een historische roman. In ’t Is ook maar doodgaan vertelt hij een familiesaga van vier generaties landbouwers in, zoal hij het zelf beschrijft, de ‘lange twintigste eeuw’.

“Het idee ontstond op de begrafenis van mijn vader Fons in 2014. Ik hield er een speech, in het Kasteel van Loenhout, net zoals ik vier jaar eerder op de begrafenis van mijn moeder had gedaan. Ik vertelde alles wat in mij opkwam, alles wat ik wist over mijn vader. Toen ik later met mijn neven en nichten aan tafel zat, bleven we over de tijd van onze ouders en grootouders praten. Over hoeveel zij wel niet hebben zien veranderen: elektriciteit in het dorp, veranderingen in de landbouw, hoe ze Hitler nog op de radio hebben horen schreeuwen, later televisie, fax en zelfs gsm’s. Je zou daar eens een boek over moeten schrijven, daagde ze me uit”, vertelt Jan. En zo geschiedde.

Hij volgde drie jaar lang een cursus Creatief Schrijven waarbij de verhalen die later in het boek zouden gebundeld worden, al aan bod kwamen. Om het historisch correct te kunnen brengen, kwam er enorm veel opzoekwerk aan te pas. “Ik sprak vooral met heel wat nonkels, tantes, neven en nichten, maar ook met professoren geschiedenis. Het was prachtig om zoveel te weten te komen over mijn eigen familiegeschiedenis, ook confronterend, en ontroerend.”

Jan Aertsen dook in zijn eigen familiegeschiedenis en die van landbouwers in de Noorderkempen.

Jan Aertsen dook in zijn eigen familiegeschiedenis en die van landbouwers in de Noorderkempen. © Mieke Haesaert

Landbouwgrond in Brazilië

Vooral voor een ouder doelpubliek, maar evengoed voor kinderen en kleinkinderen die de verhalen van hun (groot)ouders zich zo voor de geest kunnen halen, is Jans boek een herkenbaar stukje lectuur. Het beschrijft hoe de landbouw in de Noorderkempen evolueerde, over de kermis in Loenhout, naar school gaan in Hoogstraten, over de tankoorlog tussen de Duitsers en de geallieerden in Loenhout en Sint-Lenaarts, over hoe de ‘achterlijke’ boeren uit Loenhout half de 19e eeuw schijnbaar in Brussel moesten komen uitleggen hoe ze aan landbouw deden, want in die tijd stierven in Oost- en West-Vlaanderen duizenden mensen tijdens de patattencrisis, enzovoort.

“Een groot deel van het boek gaat over mijn grootvader, die zijn kost verdiende door patatten te leveren aan Joodse handelaren in Antwerpen, voor en na de Eerste Wereldoorlog. Hij werd in 1943 thuis vermoord voor geld, een roofmoord. Ook mijn vader, die pionierde in de landbouw, komt regelmatig aan bod. Hij was de eerste landbouwer die werkte met een open loopstal en een torensilo, terwijl iedereen in die tijd nog koeienstallen had, waar de koeien vast in stonden. Hij kocht later ook gronden op in Meerhout: ik beschrijf in het boek hoe ik als kleine bengel samen met mijn broers op de kar met stro van Meerhout naar Loenhout moest, zo’n 60 kilometer dwars door de Kempen, en hoe ik de riek moest gebruiken om elektriciteitsdraden omhoog te houden. Mijn vader kocht later ook grond in Brazilië. Hij kon geen woord Frans of Engels, laat staan Portugees, maar deed het toch.”

“Grootmoeder op sterven tussen twee linies”

©  RR

“Ik ben waanzinnige verhalen te weten gekomen, vooral over de Tweede Wereldoorlog”, gaat Jan verder. “In Loenhout ging op 4 september de fanfare uit, want Antwerpen werd die dag bevrijd, en dus dachten ze dat de oorlog helemaal voorbij was. Dat was buiten de Duitsers die er nog zaten gerekend. Er ontstond een ‘tankoorlog’ die nacht, met Duitsers vanuit Hoogstraten en geallieerden vanuit Sint-Lenaarts. Op dat moment lag mijn grootmoeder op sterven, thuis in haar bed, pal tussen die linies in. Een ongelooflijk straf verhaal, dat volledig klopt.”

Zelf werd Jan geen landbouwer, maar wel landbouwingenieur na studies in Leuven. Hij trok op wereldreis, en ging daarna met Coopibo (later Vredeseilanden, red.) naar Rwanda, om in de jaren 80 terug te keren naar het Leuvense.

’t Is ook maar doodgaan zal vanaf volgende week in de boekhandels te vinden zijn. Onder meer in het Kasteel van Loenhout, het Boerenijsje en het Begijnhof in Hoogstraten, zal Jan in februari lezingen geven.

www.janaertsen.be
Aangeboden door onze partners

Gerelateerd

Als eerste op de hoogte van wat er in jouw straat gebeurt?

Download de GVA-nieuwsapp en stel Wuustwezel in als startgemeente.

Nu in het nieuws