©  Joren De Weerdt

PODCAST. “Zagen is genetisch bepaald”

Gekrijs wanneer je na een lange dag eindelijk een campari hebt uitgeschonken of een gevecht in je recent geordende inloopkast: een gezin kan hectisch zijn. Bij Anneke (46) uit Pulle is dat niet anders. Samen met haar man Phille (48) en zonen Ricky (14) en Vinnie (9) probeert ze er elke dag het beste van te maken.

An Van de Voorde

“Het is vakantie”, jubelt mijn man en steekt zijn glas wijn vrolijk de hoogte in. De helft kletst over de rand en belandt op het tapijt dat ik de avond voordien nog in een sopje had gezet om te ontdoen van hondenhaar. Mijn man lag toen al te slapen, ook al was het nieuws van 19u nog niet begonnen. “Ik drink nooit meer!”, had hij gekreund, voor hij al snurkend naast de zetel was gezakt en met zijn hoofd tegen de tafel was gestoten. “Au”, had hij nog gebruld, en was toen in een coma gezakt.

Maar nu, nog geen twaalf uur later, zit hij dus weer aan de wijn. “Schol”, glimlacht hij. “Alléé, jij moet ook schol doen.”

Met lichte tegenzin steek ik mijn Red Bull omhoog. “Schol”, zeg ik, terwijl ik mijn oogballen overuren laat draaien in hun kassen. “Het is 11u ’s ochtends. Gisteren was je ook zat, en eergisteren, en de dag daarvoor...”

“Jaja”, zegt mijn man, terwijl hij onze hond overdreven hard aait en mij straal negeert. “Onze Kanjer is tenminste lief voor mij. Hé, Kanjer, gij zaagt niet hé.”

Ik zie het hondenhaar door de kamer vliegen, samenklitten en in vieze pluizige haarballen op mijn mat landen. “Séééég”, onderbreek ik mijn man dus. “Ik heb gisteren wel keihard zitten poetsen om onze Kanjer zijn haar uit de mat te krijgen. Want Kanjer is wel lief, maar toch vooral heel vuil.”

“Gij zijt een zaa-haag”, zegt mijn man en zet de televisie aan. “Eerst een moord op Investigation Discovery en dan het nieuws zien”, knikt hij en gaat liggen. Hoewel het bijna 26 graden is buiten, neemt hij toch een dekentje om over zich te trekken. “Séééég”, hoor ik mezelf weer van mijn paretten draaien. “Ik heb die dekentjes wel juist opgeplooid.”

Mijn man doet alsof hij me niet hoort. “Een zaag hé, Kanjer”, hoor ik hem tegen onze hond zeggen. Die is zoals altijd naast hem in de zetel gaan liggen, zodat ik er zeker niet bij kan komen.

Dan komen de kinderen uit de tuin naar binnen gesloft. Ze hebben in de tent geslapen vannacht, met twee op een eenpersoonsmatras, onder roze dekentjes en met twee dozen snoep als hoofdkussen. Van mijn man mochten ze hun gsm én hun powerbank meenemen, want van slapen zou toch niet veel in huis komen.

“Ah! Zijn jullie wakker?”, zeg ik vrolijk als de oudste zijn grote teen heeft binnen gezet. “Hebben jullie de tent opgeruimd? Dekentjes opgeplooid? De overschot van het snoep weer in de kast gelegd? Was het gezellig? Hebben jullie goed geslapen?” Mijn enthousiasme schrikt hen duidelijk af. De oudste heeft zijn grote teen weer ingetrokken en blijft in de tuin staan. “Mama echt waar”, snauwt hij door de spleet van de openstaande schuifdeur. “Zaag zo niet. Wees ‘ns chill, ik heb al slecht geslapen, doe normaal.” Hij knalt de deur dicht en gaat via de keuken naar binnen, zodat hij mij kan ontwijken. “Niemand van mijn vrienden heeft ouders die zó zagen”, hoor ik hem nog net tegen zijn jongere broer zeggen.

“Alléé, goed dan”, zucht ik. “Dan gaat deze zaag de bomma halen hé.”

Niemand zegt iets, terwijl ik in mijn auto stap en wegrijd, richting Grobbendonk om mama op te laden. Onderweg gaan mijn gedachten naar de slachtoffers van de overstromingen. Omdat we toch niet met vakantie gaan, is het misschien een goed idee om ons op de lijst van het Rode Kruis te zetten, om te gaan poetsen in Wallonië. Ik zou er mijn hart echt kunnen ophalen, denk ik. Maar dan zou de rest van het gezin ook mee moeten en ik weet hoe dat gaat aflopen: mijn twee kinderen die met een zwabber elkaars hoofd inslaan en mijn man die in het plaatselijke café nog een bak bier heeft kunnen redden uit een ondergelopen kelder en helemaal emotioneel wordt bij het horen van zoveel dramatische gebeurtenissen.

Terwijl ik in Grobbendonk mama’s wijk indraai, bedenk ik dat ze vlak bij het Albertkanaal woont. Haar huis is een van de eerste huizen die onder water zouden komen te staan. “Mama, je moet echt overleggen met de buren dat ze je in het geval van een overstroming komen halen, want je hebt alleen een gelijkvloerse verdieping”, overval ik haar meteen als ze instapt. De kapper is langs geweest, ze heeft haar nageltjes gelakt en draagt een kleurrijke zomerjurk.

“Wat? Ik heb je niet verstaan”, zegt ze.

“Awel”, herhaal ik. “Dat je vlak bij het kanaal woont en je huis dus zal overstromen als de dijken breken. Je moet vragen of Danny en Anita, de buren, je dan direct naar een verdieping willen brengen.”

Ze zegt niks. Ik weet dat ze me weer niet heeft verstaan, want haar gehoor gaat elke week een beetje verder achteruit. Omdat ze me kent, vraagt ze geen tweede keer om te herhalen wat ik heb gezegd. “Da’s goed”, zegt ze dan. “Wat ik ervan vind is dat je weer aan het rijden bent als een rallypiloot op Zolder.” Met veel moeite grabbelt ze de stang vast die aan het plafond bungelt om niet op mijn schoot te belanden. “Ik weet dat ik een zaag ben zenne.”

Laat het dus duidelijk zijn: zagen is genetisch bepaald.

Als eerste op de hoogte van wat er in jouw straat gebeurt?

Download de GVA-nieuwsapp en stel Antwerpen in als startgemeente.

Gerelateerd

Nu in het nieuws