Antilichamen tegen coronavirus verdwijnen weer uit bloed

Het aandeel Belgen dat antilichamen tegen het nieuwe coronavirus heeft, stijgt niet meer. Integendeel. Eind maart lag het aandeel Belgen met antilichamen bij 2,9 procent, midden april bij 6,0 procent, midden mei bij 6,9 procent. Het nieuwste cijfer, afgeleid uit 2.900 bloedafnames midden juni, zakt naar 5,5 procent. Wat zegt dat over de groepsimmuniteit in ons land?

Wie antilichamen in het bloed heeft, is besmet geweest met het coronavirus. Dat er nu, na het afnemen van 2.960 stalen in juni, een daling is van het aantal mensen met antilichamen, zou erop wijzen dat de antilichamen snel weer uit het bloed verdwijnen.

Van een echte daling, eentje die standhoudt bij statistische analyses, willen de onderzoekers achter de studie, vaccinologen Heidi Theeten en Pierre Van Damme (UAntwerpen), niet spreken. “Maar we zien natuurlijk ook de trend. En onze cijfers tonen in elk geval géén stijging”, aldus Van Damme. “We hadden wel een verdere stijging van het aandeel Belgen met antilichamen verwacht, want het virus circuleert nog steeds in België. Bij deze vierde ophaling van reststalen bloed uit labo’s zouden de infecties van midden mei tot begin juni zichtbaar worden. In die periode waren er meerdere versoepelingen van de coronamaatregelen. Er zijn elke dag nieuwe bevestigde infecties bijkomen.”

Professor Pierre Van Damme ziet twee mogelijke verklaringen voor de plotse daling: “Uit eerder onderzoek was al gebleken dat bij sommige mensen de antilichamen in het bloed al na 1 à 2 maanden afnemen. De kans bestaat dat er tussen de stalen die we nu onderzocht hebben, bloed zat van mensen bij wie de antilichamen al verdwenen waren, maar die dus wel ooit besmet zijn geweest.”

Een tweede verklaring is dat mensen zich goed aan de maatregelen houden (handen wassen, afstand bewaren) en dat ze dat ook blijven doen nu de lockdown versoepeld is. “Dat is positief nieuws, omdat er zo minder besmettingen bijkomen”, aldus epidemioloog Van Damme.

Groepsimmuniteit

Maar volgens Theeten en Van Damme toont hun studie niet noodzakelijk aan dat we goed bezig zijn en we ons allemaal braaf aan de voorzorgsmaatregelen houden. Veeleer levert hun onderzoek bijkomende aanwijzingen dat de antilichamen die mensen aanmaken na een Covid-19-infectie snel weer uit het bloed verdwijnen.

Dat heeft ook gevolgen voor de groepsimmuniteit. De idee daarachter is: hoe meer mensen antilichamen in het bloed hebben, en dus besmet zijn geweest met het coronavirus, hoe minder er nog besmet kunnen worden en hoe sneller de ziekte dus kan verdwijnen. Maar als antilichamen snel weer uit het bloed verdwijnen, is er dus geen sprake van groepsimmuniteit. “De antilichamen die wij zien, bewijzen helaas alleen maar dat de persoon recent met het coronavirus in contact is geweest”, zegt professor Van Damme aan VRT NWS. “Ze maken ons niet immuun.”

Door fro, evdg
Voor jou geselecteerd