COLUMN. Straten als ademruimte tussen onze gebouwen

Antwerpen -

Maarten van Acker (40) is professor Stedenbouw aan de Universiteit Antwerpen. Samen met zijn gezin woont hij in het centrum van de stad, vlak bij het Theaterplein. Via de Onderzoeksgroep voor Stadsontwikkeling zet hij zich in voor kwalitatieve stadsvernieuwing en betere infrastructuurprojecten. Hij is een van onze columnisten mobiliteit.

Daar sta je dan. Maandagochtend, om 8u10, met een fluo hesje aan, het nadarhekwerk te bemannen van de nieuwe ‘schoolstraat’. En dat verdient toch een hart onder de riem, vond uw columnist. Sinds vorige maand is de school van mijn dochtertje immers de eerste school binnen de Antwerpse leien die het aandurfde om te experimenteren met het concept van de schoolstraat. Een mobiel hek sluit dan een halfuurtje aan het begin en het einde van de schooldag de straat af voor inrijdend gemotoriseerd verkeer. De volledige straatbreedte geldt dan als exclusief terrein van voetgangers en fietsers.

Eerlijk? Ik had me dit weekend mentaal schrap gezet voor de verwensende blikken van gefrustreerde automobilisten. Maar die bleven wonderwel uit. In de plaats daarvan vooral veel goedgemutste “goedemorgen morgens” en een paar montere high fives van dochters vriendjes. Waren er dan geen conflicten? Toch wel. Een enkele vrachtwagenchauffeur die blindelings zijn gps volgt en zich daardoor verbaasd even vastrijdt. En een ongeduldige, roekeloze chauffeur die in het voetpad een shortcut ziet, om tien meter verder weer in de file aan te moeten schuiven. Maar het gros van de ouders heeft zich duidelijk snel aangepast. De schoolstraat bleek in de praktijk dan ook vaak het kleine maar o zo noodzakelijke duwtje in de rug om de dagelijkse routine te doorbreken. Door het aanmeldingssysteem dat de inschrijvingen in de Antwerpse scholen regelt, woont immers het merendeel van de gezinnen op loop- of fietsafstand van de school.

En de straat zelf? Die is onherkenbaar. De Bervoetstraat is zo’n typisch Antwerps straatje. Nauwelijks acht meter breed, met voetpadjes van ocharme een meter. Zet daar op dinsdagochtend nog eens de vuilnisbakken op en je kan je het gewriemel van boekentas zeulende kinderen, bakfiets kronkelende ouders en drummende auto’s makkelijk voorstellen. Als fietser zet ik me dan ook elke ochtend schrap om een opendraaiend portier te incasseren. Dankzij de schoolstraat is er nu uiteraard veel meer plaats voor kruisende fietsers en voetgangers. Maar behalve een verbeterde doorstroming en veiligheid heerst er vooral rust. En dat is de meest terugkerende opluchting die vele ouders dankbaar met me delen. Waar anders hoogstens vijf auto’s vervaarlijk manoeuvreren, tel ik nu 28 (!) gestalde fietsen en drie groepjes keuvelende ouders.

COLUMN. Straten als ademruimte tussen onze gebouwen
De smalle Bervoetstraat die sinds kort een nieuwe schoolstraat is Foto: rr

Zo’n schoolstraat vergt zin voor initiatief, maar ook samenwerking. Zo leveren ook de stad Antwerpen en de lokale politie een belangrijke inspanning door het organiseren van buurtbevragingen, observaties, tellingen en circulatiestudies. Een bijkomend succesingrediënt is communicatie, vertrouwt de directie van Sint-Ludgardis me toe. Veel communicatie. In het bijzonder met de ouders, om hen duidelijk te maken dat het in de eerste plaats gaat om de veiligheid van hun eigen kind. Die ouders zijn ook broodnodig als vrijwilligers om dagelijks het hek te bemannen. Bovendien zorgt een glimlachende collega-ouder aan het hek voor meer en sneller draagvlak.

Het concept van de schoolstraat kwam overwaaien vanuit de Italiaanse stad Bolzano, waar al meer dan twee decennia schoolstraten zegevieren en 80% van de schoolgangers met de bus, fiets of te voet er richting school pendelt. Antwerpen telt er ondertussen 16 en menig andere school diende al een aanvraag in. Schoolstraten kregen ondertussen ook heel wat broers en zussen. We kenden al langer de ‘speelstraten’ en in Antwerpen ook ‘tuinstraten’ en ‘toekomststraten’. Ze delen allemaal dezelfde verzuchting. Dat straten zoveel meer kunnen zijn dan een goot om zoveel en zo snel als mogelijk verkeer door te jagen. Ze vormen allereerst de ademruimte tussen onze gebouwen, publieke ruimte voor bewoners en bezoekers, geplaveid met ontmoetingen en gekeuvel, maar vooral heel veel “goedemorgen-morgens” en high fives.

COLUMN. Straten als ademruimte tussen onze gebouwen